Openbaring 6:12-14 - kosmische tekenen als aankondiging van de wederkomst?

Kosmische tekenen, zoals zonsverduisteringen en aardbevingen, werden en worden vaak uitgelegd als tekenen dat de wederkomst van Jezus dichtbij is. In deze bijdrage onderzoek ik aan de hand van Openbaring 6:12-14 of dat terecht is. 
Ik zag, toen het zesde zegel verbroken werd, hoe er een zware aardbeving kwam. De zon werd zwart als een rouwkleed en de maan werd bloedrood. De sterren vielen op de aarde, zoals late vijgen die door een stormwind van de boom worden gerukt. De hemel scheurde los en rolde zich als een boekrol op. Geen berg of eiland bleef op zijn plaats. (Openbaring 6:12-14)
Deze tekst beschrijft hoe, voorafgaand aan de dag van de toorn een heel aantal kosmische rampen zullen plaatsvinden (vgl. Matteus 24:29 en Handelingen 2:19-20).
rolwolk

·         Een grote aardbeving
·         De zon wordt zwart
·         De maan verandert in bloed
·         Sterren vallen op de aarde
·         De hemel rolt zich als een boekrol op

Hierin herkennen wij onmiddellijk een aantal natuurfenomenen die ons nog altijd beangstigen. Aardbevingen, zonsverduisteringen, maansverduisteringen, vallende sterren en een rolwolk die noodweer aankondigt.

Zijn al deze natuurverschijnselen zomaar te duiden als aankondigingen van de wederkomst? Ik heb er mijn vraagtekens bij.

Oudtestamentische oordeelsaankondiging
In Jesaja 13 lezen we hoe Gods oordeel over Babylon komt. Naast een aantal realistische voorspellingen over verkrachtingen en plunderingen die over Babylon zullen komen, worden hier ook kosmische verschijnselen genoemd.

             De sterren aan de hemel geven geen licht meer
             sterrenbeelden doven uit
de zon is verduisterd als ze opkomt
het licht van de maan is verdwenen
ik zal de hemel doen wankelen
de aarde raakt bevend van haar plaats
(Jesaja 13:10,13)

De verwoesting van Babylon is inmiddels al lang achter de rug (Daniel 5:30). Maar de sterren schijnen nog steeds.... De kosmische tekenen zijn in deze tekst duidelijk symbolisch bedoeld. Ze worden gebruikt om de oordeelsprediking kracht bij te zetten en er zoveel mogelijk angstwekkende lading aan mee te geven.


Het einde van een tijdperk

Kosmische tekenen worden in deze context gebruikt om het einde van een tijdperk te markeren. Zoals ook in ons spraakgebruik nog wel voorkomt: “de zon ging onder over Duitsland”. In Ezechiel 32:7-8, waar het oordeel over Egypte wordt beschreven, is dat duidelijk het geval.

            Als jouw licht gedoofd wordt
zal ik de hemel bedekken
en de sterren verduisteren
wolken zullen voor de zon komen
en de maan zal niet langer schijnen

Deze tekst is bedoeld om Gods boodschap voor Farao: “jouw zon gaat straks onder, jouw tijdperk is voorbij”, kracht bij te zetten.
Nog indringender vinden we dit bij de beschrijving in Jesaja 34:4, als de ondergang van Edom beschreven wordt:

De sterren aan de hemel vergaan
als een boekrol wordt de hemel opgerold
alle sterren vallen neer
zoals bladeren vallen van een wijnstok
of verschrompelde vruchten van een vijgenboom

De ondergang van Edom is als het einde van Gods schepping. God ruimt de beschermende tentdoek van de hemel op. De lichtjes die hij erin gedraaid heeft komen naar beneden vallen. Einde schepping. Een sterke overdrijving om daarmee het definitieve van Gods oordeel over Edom te onderstrepen. 


Oudtestamentische theofaniebeschrijving

Nauw verwant met de oudtestamentische oordeelsprofetieen zijn de oudtestamentische beschrijvingen van theofanie (godsverschijning). Een voorbeeld:

            Toen schudde en schokte de aarde,
de bergen trilden op hun grondvesten
beefden omdat hij vlamde van woede
rook steeg op uit zijn neus
verterend vuur kwam uit zijn mond
hij spuwde hete as (…)
(Psalm 18:8-15/2 Samuel 22:8-15)

In dichterlijke taal horen we hier over een aardbeving, onweer en duisternis als begeleidende verschijnselen bij het komen van God.

David zingt dit lied als hij zijn vijanden heeft verslagen. Hij heeft dat op de gewone manier gedaan, door met een leger tegen ze te vechten. Niets bovennatuurlijks aan. De aarde beefde niet letterlijk, er was geen onweer, en het werd niet donker. Maar David beschrijft het op deze manier om duidelijk te maken dat het uiteindelijk God was die hem de overwinning gaf. Dat God zelf voor hem uitging en vocht.

Oudtestamentische theofaniebeschrijving is in hoge mate symbolisch. Wanneer beschreven wordt dat God komt in zijn toorn, dan gaat dat in de beschrijving vaak gepaard met natuurrampen. Dat is dan niet te zien als een letterlijke voorspelling van natuurrampen, maar als een manier om Gods komst in oordeel te onderstrepen.


Als ik deze oudtestamentische achtergrond serieus neem, dan is mijn conclusie dat de kosmische tekenen voorafgaand aan de wederkomst niet letterlijk bedoeld zijn. 

Als de tekenen niet letterlijk bedoeld zijn, hoe dan wel?


Openbaring 6:12-14 als oordeel-theofanie

Opnieuw wil ik een oudtestamentische parallel gebruiken om het duidelijk te maken. In Joel 2 wordt de komst van de Heer in zijn oordeel beschreven (Joel 2:11). Die oordeel-theofanie is dermate verschrikkelijk dat de hele schepping siddert:
Bij die aanblik beeft de aarde
siddert de hemel
zon en maan worden verduisterd
sterren doven hun glans
Want het is de HEER…
(Joel 2:10-11)

Als God komt in zijn toorn, siddert de hele schepping van angst. Dat is de belangrijkste reden dat in Openbaring 6 de kosmische tekenen genoemd worden. Dit wordt onderstreept door vers 15-17 waar alle mensen zich proberen te verbergen voor de toorn van het Lam. “Nu is de grote dag van de toorn aangebroken, en wie kan die doorstaan?”

Zo is de eerste functie van de kosmische tekenen in Openbaring 6 het onderstrepen van de toorn van God in zijn komen als rechter. 

Openbaring 6:12-14 als climax van oordeelsaankondiging

Zoals in deze hele bijdrage al te zien is, zijn in Openbaring 6:12-14 veel teksten uit het Oude Testament gecombineerd en in een nieuwe samenhang geplaatst. Ik zet ze nog even op een rij.

Psalm 18              – oordeel over de vijanden van David
Jesaja 13             – oordeel over Babylon
Jesaja 34             – oordeel over Edom
Ezechiel 32         – oordeel over Egypte
Joel 2                    – oordeel over Israel

Geen van die beschrijvingen is zo volledig als Openbaring 6. Hier zien we iets wat in Openbaring steeds weer gebeurt. Johannes combineert beschrijvingen uit het Oude Testament op zo’n manier dat duidelijk wordt dat hij in de toekomst een climax van Gods handelen verwacht.

Om de toekomst te beschrijven, gebruikt Johannes vaak materiaal uit het verleden. Hij laat de toekomst zien met beelden ontleend aan het verleden. Maar hij rangschikt die oude woorden op zo’n manier dat duidelijk is dat het verleden in de toekomst niet zomaar herhaald zal worden, maar veel heftiger zal zijn.

De onderliggende oudtestamentische beschrijvingen zijn allemaal deel-oordelen van God. Het gaat over meerdere ‘dagen van de HEER’.  Johannes combineert gegevens uit al die teksten om daar Gods definitieve oordeel, de grote ‘dag van de HEER’, mee te beschrijven.

Openbaring 6:12-14 als einde van de eerste schepping

Dat is naar mijn overtuiging de tweede functie van deze tekst. Het beschrijven van het definitieve oordeel van God.

Één oudtestamentische parallel had ik nog niet genoemd, Psalm 104. Het is wellicht beter om deze psalm de antiparallel van Openbaring 6:12-14 te noemen. Psalm 104 beschrijft in dichterlijke taal de schepping van God. Een paar citaten:

U spant de hemel uit als een tentdoek (2)

U hebt de aarde op pijlers vastgezet
tot in eeuwigheid wankelt zij niet (5)

U hebt de maan gemaakt voor de tijden
de zon weet wanneer zij moet ondergaan(19)

God heeft zijn eerste schepping met liefde gemaakt, Hij heeft zelf de orde van dag en nacht erin aangebracht, de aarde muurvast neergezet, de hemel er als een beschermende tentdoek boven uitgespreid. Dat is het scheppingsverhaal volgens Psalm 104, verteld in het wereldbeeld van de oude oosterling.

Aardbevingen, noodweer, zon- en maansverduisteringen, vallende sterren, al die dingen zijn er voor de oude oosterling een teken van dat er iets verontrustends aan de hand is met Gods schepping. Het is niet meer volmaakt, je moet op je hoede zijn. Het huis dat God voor ons heeft gemaakt om in te wonen is niet meer onwankelbaar, soms beeft de aarde, soms rolt het tentdoek van de hemel ten dele op en valt het water met bakken naar beneden waardoor er overstromingen plaatsvinden, soms gaat de zon op onverklaarbare wijze een tijdje uit, vallen er sterren naar beneden of kleurt de maan ineens bloedrood. Voor de gelovige Israëliet allemaal een teken van hetzelfde: er is iets grondig mis met de schepping.

Vandaar ook dat juist in Israel de verwachting van een nieuwe schepping opkwam. Een schepping die niet meer onveilig is, maar veilig.

                Zie, ik schep een nieuwe hemel en een nieuwe aarde.
wat er vroeger was raakt in vergetelheid
het komt niemand ooit nog voor de geest. 
(Jesaja 65:17)

Bij de nieuwe schepping hoort het verdwijnen van de oude. Het voorbijgaan op zo’n manier dat het niet meer herinnerd wordt.

Johannes tekent in Openbaring 6:12-14 die verdwijning van de oude schepping letterlijk als een omkering van de eerste schepping. God zelf breekt vakkundig zijn eigen bouwwerk af.  Eerst haalt hij de pijlers onder de aarde vandaan. De aarde stort in met een geweldig geraas, zo erg dat er geen berg of eiland op z’n plek blijft. Vervolgens trekt God de stekker van de hemellichten eruit: de zon gaat op zwart, de maan op rood en de sterren vallen naar beneden als overrijpe vijgen. En als laatste handeling pakt God het hemelse tentdoek en rolt het, netjes als een boekrol, op.
Een aangrijpende manier om te beschrijven hoe ver God moet gaan om iets nieuws te maken. Om het nieuwe geboren te laten worden, moet het oude verdwijnen.

Aangezien Psalm 104 een dichterlijke beschrijving is en niet pretendeert de geschiedenis correct weer te geven, denk ik dat het ook niet nodig is om Openbaring 6:12-14 wel als letterlijke voorspelling van de toekomst te zien. In profetisch-dichterlijke taal wordt het definitieve einde van Gods eerste schepping onderstreept. 
Dat is de tweede functie van het gebruik van de kosmische tekenen in Openbaring 6.

6 opmerkingen:

  1. Plaatsing in tijd:geeft de meeste duidelijkheid
    Wat plaats kan of kon vinden (binnen menselijke leeftijd)
    Of er voor of er na.
    Spoediig zou hier binnen kunnen zijn (40 jaar)


    ;

    BeantwoordenVerwijderen
  2. er wordt gezegd: De verwoesting van Babylon is inmiddels al lang achter de rug (Daniel 5:30).
    Klopt niet. In Dan.5:30 wordrt alleen vermeld dat Belsasssar de koning der Chaldeeën gedood werd.
    Darius ontving daarna het koningschap.
    Tot op de dag van vandaag bestaat Babel/babylon nog. Het heeft al de eeuwen door bestaan en in onze dagen wordt er volop gehoereerd met babel/babylon.

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Het word tijd dat de schepper ingrijpt

    BeantwoordenVerwijderen
  4. Gebeurt niet vrije wil enzo.
    De wereld moet ingrijpen alle dictators
    Hun geld afnemen en dumpen die gasten,alle extremisten weg ermee .
    Laat iedereen in zijn waarde in hun eigen land

    BeantwoordenVerwijderen
  5. Dat de sterren weer gingen schijnen ná (!) de val van Babel bewijst toch niet dat de voorspelling niet letterlijk genomen moet worden waar deze beschrijft wat er zou gaan gebeuren tijdens (!) de val van Babel?

    BeantwoordenVerwijderen